SCP: Kinderen en internetrisico'sEen groot deel van de kinderen in Nederland maakt geregeld gebruikt van internet. Het Sociaal Cultureel Planbureau (scp) deed een studie naar de internetrisico’s waar kinderen tussen 9 en 16 jaar mee geconfronteerd worden.
Een groot deel van de kinderen in Nederland maakt geregeld gebruikt van internet. Het Sociaal Cultureel Planbureau (scp) deed een studie naar de internetrisico’s waar kinderen tussen 9 en 16 jaar mee geconfronteerd worden.

SCP: Kinderen en internetrisico'sNederland behoort in Europa tot de landen met de hoogste internetverspreiding onder kinderen. Nederlandse kinderen voeren een relatief hoog aantal internetactiviteiten uit en geven vaker dan het Europese gemiddelde aan met internetrisico’s te maken te hebben.

Conclusies

Het scp-rapport Kinderen en internetrisico’s geeft een beeld van de mate waarin Nederlandse 9-16-jarige internetgebruikers te maken hebben met online risico’s. De conclusies uit het rapport zijn begin deze maand gepresenteerd.

  • Ongeveer 60.000 Nederlandse kinderen van 9 tot en met 16 jaar worden herhaaldelijk gepest via het internet.
  • In 2010 hebben ongeveer 170.-180.000 van de 11-16-jarigen seksueel getinte berichten ontvangen.
  • Meer dan 90.000 jonge internetgebruikers spraken in 2010 persoonlijk af met iemand die ze online hadden leren kennen. Ongeveer 7500 kinderen hielden hier een negatieve ervaring aan over.
  • Online risico’s blijven bestaan, ook als de jongere veel internetvaardigheden heeft.
  • Voor ouders en docenten is het moeilijk om toezicht te houden op het internetgebruik van kinderen.

In het onderzoek van dr. Nathalie Sonck en prof. dr. Jos de Haan zijn ook de invloed van internetvaardigheden en de rol van anderen in de omgeving meegenomen. Daarvoor zijn in Nederland in 2010 ongeveer 1000 jongeren en een van hun ouders geïnterviewd. Het onderzoek maakt deel uit van het Europese project EU Kids Online (www.eukidsonline.net ) waaraan 25 landen deelnamen.

Pesten

Van de ruim anderhalf miljoen 9-16-jarige internetgebruikers worden er ongeveer 60.000 herhaaldelijk gepest via internet (4%). Online pesten gebeurt overigens minder vaak dan pesten in het echt (bijvoorbeeld op het schoolplein). Veel slachtoffers van online pesten blijken wel ook slachtoffer van offline pestgedrag te zijn. Anders dan op het schoolplein blijft het online pestgedrag op internet lange tijd zichtbaar en doorwerken.

Seksueel getint

Van de Nederlandse 11-16-jarigen heeft 15% in 2010 seksuele berichten ontvangen via het internet, soms met foto’s van de jongeren zelf. Van deze groep beleefde ongeveer een op de vijf dat als negatief. De uitwisseling van zulke berichten gebeurt voornamelijk tussen leeftijdgenoten. Toch kunnen de berichten en foto’s op andere websites, zoals sociale netwerksites, terechtkomen en zichtbaar worden voor een grotere groep internetgebruikers. Die seksuele beelden kunnen lang op internet blijven rondzwerven en langdurige gevolgen voor de betrokkenen hebben.

Persoonlijke ontmoeting

Een op de drie Nederlandse kinderen van 9 tot en met 16 jaar heeft in 2010 via internet contact gehad met iemand die hij of zij niet eerder in het echt heeft ontmoet. In meer dan 90.000 gevallen kwam het tot een persoonlijke afspraak (6%). Dat verliep niet altijd prettig: 7500 jongeren gaven aan hierdoor van streek te zijn geweest. Het onderzoek laat geen conclusie toe over de ernst van deze negatieve ervaringen.

Internetvaardigheden

De verwachting is dat jongeren die vaardig zijn op internet zelf kunnen inschatten wanneer online gedrag risicovol is. Jongeren met meer digitale vaardigheden blijken echter meer met internetrisico’s te maken te hebben dan minder vaardige jongeren. De digitaal vaardige jongeren hebben meestal een langere internethistorie. Ze kunnen ook meer verschillende online activiteiten uitvoeren, waardoor ze ook weer meer risico’s lopen.

Toezicht houden

Ouders met actieve internetbegeleiding zorgen ervoor dat hun kinderen minder risico’s op internet lopen. Voor ouders en ook voor docenten is het echter steeds moeilijker geworden om toezicht te houden op het internetgebruik van kinderen. Bijna twee derde van de ouders weet het niet als hun kind een negatieve ervaring op internet heeft opgedaan. Computers staan steeds vaker op de kamers van de kinderen. Ook hebben kinderen toegang tot mobiel internet via laptop, smartphone of tablet-computers.

Het onderzoek

Het SCP participeert in het project EU Kids Online, dat is gesubsidieerd via het Safer Internet Plus Programme van de Europese Commissie. Dit Europese beleidsprogramma vraagt aandacht voor de risico’s die verbonden zijn aan kinderpornografisch materiaal op het internet, grooming (waarbij een volwassene een minderjarige online benadert voor seksueel misbruik) en cyberpesten. Een internationale vergelijking is gerapporteerd in Risks and safety on the internet. The perspective of European children (te downloaden van www.eukidsonline.net).

In september 2011 startte een nieuwe driejarige fase van het project, waarbij het SCP opnieuw betrokken is. Om veilig internetgebruik bij kinderen te bevorderen is samen met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) vanaf 6 oktober een online discussietraject gestart.

SCP-publicatie 2011/24, Kinderen en internetrisico’s, EU kids online onderzoek onder 9-16-jarige internetgebruikers in Nederland, dr. Nathalie Sonck en prof. dr. Jos de Haan, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, oktober 2011, ISBN 978 90 377 0576 8, prijs € 15,50.
De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet-)boekhandel of te bestellen/downloaden via de website: www.scp.nl